Piet Vanrobaeys

tekst van de voorlezers

19 september 2009 Blue Garden

Lieve heeft mij gevraagd om uit haar boek voor te lezen, uit haar lijnen voor te lezen, uit haar lijnen te lezen,

Zoals waarzegsters of liever, zoals waarzeggers dat doen
Waarzeggers zien in lijnen tekenen van een externe werkelijkheid,

Ik ben geen waarzegger, ik zie in haar lijnen wijzen om zelf werkelijkheid te maken, werkelijkheid te construeren, mijn werkelijkheid,

Bijgevolg denk ik dat wij, lijnenlezers vooral de lijnen van onze eigen werkelijkheid zullen hebben gelezen, we lezen altijd een beetje wat we al weten, wat we zijn, en wat ons vandaag, toevallig aan het hart ligt

En ik ben geen logocentrist, ik ben niet al te politiek correct maar in representatiesystemen heb ik geen voorkeur, voor mij zijn ze gelijkwaardig, taal of beeld, klank of beweging, noem maar op

Ik heb dan ook volstrekt geen probleem met het lezen van lijnen, noch met de eindeloze inzetbaarheid van lijnteksten in oneindig veel lezingen,

Beeldteksten, lijnteksten en ook verbale teksten hebben op zich geen betekenis,
Betekenis wordt pas geconstrueerd in processen van lezing.

Een tekst, een lijntekst, dus een tekening, is zelf al een interpretatie van een lezing,

En die tekst, die tekening wordt op zijn beurt ook weer gelezen, en IN die lezingen worden die betekenissen telkens weer (tijdelijk) gefixeerd

U voelt het, ik bekijk een kunstwerk niet als een object, maar als een aanleiding tot wisselwerking met wat dit object in de perceptie van zijn maker en kijker kan veroorzaken,

Een object bestaat maw niet An Sich, een tomaat is niet rood, een ding heeft geen absoluut ontologisch punt meer, het Kantiaanse ding bestaat niet meer en de aura van Benjamin evenmin, tenzij in een éénzijdig, objectaal vertoog:

Een kunstwerk wordt in een caroussel van vertogen steeds opnieuw geconstrueerd: culturele en particuliere cognitieve en affectieve vertogen,

maker en kijker kunnen er telkens weer anders naar kijken, plaatsen dat object telkens weer in andere samenhangen, dat is de connotatieve praktijk van de kunst ,

maar tegenover die vertooggeleide beweeglijkheid van een kunstwerk staan ook de pogingen van de cultuur die naar stabiliteit zoekt,
en die de sociale werkelijkheid probeert te structureren en haar betekenissen te fixeren….
Dat is voor sommigen een tegenstrijdige oefening en ook niet voor iedereen evident,

En dat sta ik u hier nu allemaal te vertellen, omdat dat nu toevallig in mijn hoofd zit, dat komt door mijn onderzoek,
en daardoor attribueer ik dat nu aan Lieves tekeningen,
ik zet maw haar tekeningen in, in mijn persoonlijk vertoog,

Maar toch denk ik dat er ook iets van aan is, ik denk dat Lieve ook die vrijheid ambieert, dat ze ook die afstand opzoekt tegenover die sociale werkelijkheid, (die beslist wat correct is, wat hoort en wat moet,) en wat daarin niet past is fout, error, kunst als fout

En daarom juist vind ik die tekeningen zo fris, zo helder, zo onbevangen, zo tabula rasa,
Lieve neemt zelf de orde van de dingen in de hand, ze wenst de orde die aan de dingen in de cultuur wordt opgelegd eventjes niet op voorhand te kennen, ze gaat ze daarom ook gaan opmeten,

ze ziet de dingen precies telkens weer voor het eerst, telkens opnieuw, meet ze ze op, registreert ze en representeert ze: ze maakt en contoureert haar werkelijkheid

Daardoor zijn die lijntjes zoals ze zijn, ze zijn allemaal even dik, dat komt door het computerprogramma, ze tekent met haar vingers op een touch screan, en dat worden fijne lijnen zoals van Ingres en de late Duchamp, maar met veel meer tussenstappen:

Stimuli van hersenen naar vingers, digitaal gereproduceerd op een scherm, afgeprint op papier, fac simile vermenigvuldigd en uitgegeven, en dan weer gerepresenteerd in lezingen en naar u gereproduceerd, en toch:

Een tentoonstelling in een lekker in de hand liggend boek, met een zeer grote verscheidenheid van onderwerpen en vormen zonder hiërarchie,
een stroom van objecten, water en landschappen, gevonden contouren waar je maar kijkt, ze zijn overal rondom ons, de contouren maken hun vormen onderling vergelijkbaar en als betekenaars inwisselbaar
ze krijgen vorm door hun samenhang, door hun syntactisch vertoog, rechte lijnen en gebroken lijnen,

dikwijls afhankelijk van het onderwerp zelf, rechte of geometrische lijnen
plannen , al dan niet met codes en afmetingen, al dan niet opgemeten, kartonnen dozen, kaders, architecturale ruimten, gebouwen, instrumenten, en een pakje sigaretten,

wisselen af met honden, handen, vuilniszakken, bomen, landschappen, vissen, en stoelen, gebroken, aarzelende lijnen, zoekende lijnen soms met interferenties van andere vertogen, dat zie je aan de pijltjes die met potlood zijn toegevoegd,

maar vooral heel veel wit, veel plaats, veel lucht, veel ruimte om de dingen zichzelf te laten zijn, ze worden nergens ingepast, nergens aan geassocieerd, nergens opgesloten, ze krijgen carte blanche, respect, ze krijgen vrij, ze mogen in hun contouren rondlopen

en zoals het vaker gebeurt wanneer je een goeie tentoonstelling hebt gezien, al is die dan in boekvorm, maar dan richt je je blik naar buiten en je kijkt verder naar de andere dingen, je ziet hun contouren en je denkt:

dat naast de werkelijkheid die er los van de mensen is,
er voor die mensen toch geen werkelijkheid bestaat die ze niet zelf hebben gecontoureerd, die ze niet zelf hebben gemaakt,
we kunnen gewoon niet anders: onze particuliere en sociale werkelijkheid, die maken we zelf,
bedankt Lieve, we contoureren en pakken ergens een glas, leve de werkelijkheid!